Het onzichtbare
Een van de grootste blinde vlekken in bestuurskamers is de psychologische onderstroom. We doen alsof organisaties rationele machines zijn, terwijl het in werkelijkheid verzamelingen zijn van menselijke emoties, projecties en onvervulde behoeften.
Al decennia geleden wees Carl Gustav Jung erop dat we veel te weinig weten van de psyche van de mens. Dat gebrek aan inzicht is niet alleen een academisch probleem, maar ook een bestuurlijk risico. Want motivatie, besluitvorming, conflicten, samenwerking en cultuur worden primair gedreven door wat zich onder de oppervlakte afspeelt.
Veel leiders opereren vanuit wat Jung de persona noemde: het masker van de functie. De titel. De rol. De façade van beheersing. Maar de echte dynamiek wordt bepaald door de schaduw, alles wat we niet willen zien van onszelf of van de organisatie. Machtsstrijd, onzekerheid, erkenningsdrang, rivaliteit, angst voor verlies van status.
Juist omdat dit dichtbij komt en persoonlijk wordt, wordt het gebagatelliseerd of vermeden. En wanneer het wél benoemd wordt, volgt vaak een defensieve houding. Dat is geen teken dat het onbelangrijk is. Het is het bewijs dat het raakt. Wanneer signalen uit de onderstroom zichtbaar worden en er niet professioneel mee wordt gewerkt, is de prijs hoog:
Lagere besluitkwaliteit
Tragere strategische executie
Hoger verzuim en verloop
Reputatieschade
Interne fragmentatie
Lagere financiële waardering
De ironie is onontkoombaar: hoe minder men over de onderstroom spreekt, hoe dominanter zij wordt.
Het vermijden ervan is menselijk. Maar op bestuurlijk niveau is het geen onschuldige reflex, maar zelfsabotage. Onverwerkte patronen verdwijnen niet; ze verplaatsen zich. Naar passieve weerstand. Naar politieke spelletjes. Naar talent dat vertrekt. Naar strategische verlamming. Wie de menselijke psyche negeert, bestuurt met half gesloten ogen. Het is zakelijke nalatigheid om de onderstroom ongemoeid te laten, puur omdat het ongemakkelijk voelt.
Veel leiders vrezen gezichtsverlies of controleverlies wanneer ze dit terrein betreden. Het paradoxale is dat gezichtsverlies juist sluipend ontstaat door incongruent gedrag, vermijding en afnemende geloofwaardigheid. De controle die men denkt te behouden, blijkt vaak schijncontrole. De schaduw werkt of je haar nu erkent of niet.
Een fundamenteel inzicht is dat mensen veel aankunnen: werkdruk, verandering, onzekerheid. Wat zij niet verdragen, is betekenisloosheid. Werk moet ergens toe dienen. Een kerntaak van leiderschap is daarom het verbinden van prestaties aan betekenis. Wanneer mensen ervaren dat hun bijdrage ertoe doet, ontstaat betrokkenheid. Dát is strategisch kapitaal.
Professioneel kijken naar de psychologische dimensie van organisaties is geen therapeutische luxe. Dit is geen cultuurinterventie, maar risicomanagement op menselijk niveau. Het levert concreet rendement op: betere besluitvorming, hogere retentie, sterkere executie, betere reputatie en meer continuïteit. Dat zijn keiharde KPI’s.
Het punt is...
Het werkelijk irrationele is dit terrein vermijden omdat het ongemakkelijk voelt, terwijl juist daar groeipotentie ligt. Dit vraagt om emotioneel volwassen leiderschap. Leiders die hun eigen emoties herkennen en reguleren. Die projecties kunnen onderscheiden van feiten. Die hun ego niet verwarren met hun rol. Die bereid zijn hun eigen schaduw onder ogen te zien in dienst van het grotere geheel.
De vraag is niet of dit spannend is. De vraag is niet of dit complex is. De vraag is: kunnen we het ons permitteren om het níet te doen?
Gepersonaliseerd advies? Stuur een bericht naar rico@rjrconsulting.nl of check www.rjrconsulting.nl voor meer informatie.

Reacties
Een reactie posten