Geloofwaardigheid
Een leider die hard moet werken aan zijn of haar geloofwaardigheid, deze expliciet moet benoemen of er een doel op zich van maakt, heeft in feite al een achterstand. Onvoldoende geschikte leiders compenseren dat tekort voortdurend. Daardoor zijn ze minder effectief: ze zijn vooral bezig met hoe ze overkomen, in plaats van met daadwerkelijk leiderschap. Dat gedrag maskeert slechts één simpele realiteit: ze zijn geen goede, geloofwaardige leiders.
Bij sterke leiders ligt dit fundamenteel anders. Zij richten zich niet op hun imago, maar op hun primaire verantwoordelijkheden. Ze beschikken over de juiste vaardigheden en karaktereigenschappen én zijn representatief voor het team dat ze aanvoeren. Wanneer die elementen samenkomen, ontstaat geloofwaardigheid vanzelf. Die geloofwaardigheid vormt de basis voor vertrouwen en vertrouwen zorgt ervoor dat medewerkers zich beter laten leiden, zich verder ontwikkelen en sterker presteren.
Een goed voorbeeld van de gevolgen van ongeloofwaardig leiderschap, is het verval van de Partij van de Arbeid na het tijdperk Wim Kok. Kok is misschien wel de laatste geloofwaardige leider geweest van de PvdA. Niet alleen vanwege zijn bestuurlijke kwaliteiten, maar ook omdat hij representatief was voor de achterban die hij vertegenwoordigde. Hij was de zoon van een arbeider (een timmerman) en belichaamde de sociaaldemocratische belofte van emancipatie en solidariteit. Zijn achtergrond, houding en beleid vormden een geloofwaardig geheel.

Reacties
Een reactie posten